|
De Vakgebieden
Nadat de kinderen in groep 1 en 2 allerlei voorbereidende vaardigheden hebben ingeoefend, wordt in groep 3 officieel met het leren lezen begonnen. Voor dat zg. aanvankelijk lezen gebruiken we de methode “Veilig leren lezen”. Bij deze methode leren de kinderen vanaf het begin al woorden . Geen aap, noot, mies maar: ik, maan, roos, vis………Vanuit de woorden worden dan de letters aangeleerd.
In de hogere leerjaren ligt de nadruk steeds meer op het begrijpend- en studerend lezen (begrijpen wat je leest en onderscheiden van hoofd- en bijzaken). We gebruiken hiervoor de methode ´Goed Gelezen´. Naast het technisch lezen en het begrijpend/studerend lezen brengen we de kinderen ook belangstelling voor geschreven taal bij. Er wordt regelmatig voorgelezen en de groepen beschikken over een klassenbibliotheek.
Taal
We werken in de groepen 4 t/m 8 vanaf dit schooljaar met
de vernieuwde versie van de methode “Taal Actief”. Dat is een heel
complete taalmethode met aandacht voor schriftelijk werk, maar ook voor veel
mondeling taalgebruik. De methode is opgebouwd uit diverse onderwerpen, die goed
aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Na ieder thema volgt er een
toets om te controleren of de kinderen de basisstof beheersen. Afhankelijk van
toetsresultaten werken kinderen aan keuzeopdrachten. Het taalonderwijs verdiept
steeds de stof uit de voorgaande jaren. Telkens wordt de gemaakte stof
gecontroleerd en waar nodig wordt extra aandacht geschonken aan een kind. In ons onderwijs onderscheiden we drie onderdelen: · spelling · mondeling taalgebruik
·
stellen en grammatica Een heel belangrijk onderdeel van spelling is het juist leren toepassen van de spellingsregels. We beginnen het schooljaar met een instapdictee en eindigen met een eindtoetsdictee. Hiertussen liggen twintig signaal- en controledictees. De kinderen die uitvallen, krijgen door middel van oefenkaarten extra stof aangeboden. De kinderen die weinig problemen ondervinden, krijgen in de vorm van pluskaarten extra taalwerk aangeboden.
Mondeling taalgebruik: De leerlingen worden begeleid bij een ingewikkeld proces, nl.: Het onder woorden brengen van hun eigen gedachten en/of ideeën, zodat een ander hen kan begrijpen. Dit wordt geoefend door gesprekken, maar ook door het houden van spreekbeurten.
Stellen en grammatica: Bij dit onderdeel gaat het om het vormen van goede zinnen. Zinsontleding, vreemde woordenkennis, spreekwoorden en gezegden krijgen de nodige aandacht. Met het maken van opstellen proberen we het taalgevoel te ontwikkelen. Ook bij dit onderdeel behoren toetsen. Net als bij spelling wordt zonodig extra hulp geboden.
Vanaf dit schooljaar (2003–2004) werken we in alle groepen met een nieuwe rekenmethode “Rekenrijk”. In deze methode zijn de nieuwste ontwikkelingen binnen het rekenonderwijs verwerkt. Het is een zg. realistische methode waarbij met de kinderen vooral inzicht en oplossingsvaardigheid wil aanleren in plaats van “maniertjes”. In de methode is er ook veel plaats ingeruimd voor samenwerken en zelfstandig werken In het schooljaar 2003-2004 willen we een aansluitend softwarepakket in gebruik nemen waardoor we de kinderen ook kunnen laten oefenen via ons netwerk. Alhoewel het rekenonderwijs complexer is geworden als in de tijd dat u op school zat, is er wel een herkenbare opbouw in aan te geven. In groep 1 en 2 komen allerlei rekenbegrippen speels aan de orde. In groep 3 leren de kinderen optellen en aftrekken tot 20. Groep 4: optellen en aftrekken tot 100, de tafels en klokkijken. Groep 5: optellen en aftrekken tot 1000, een begin met de breuken, vermenigvuldigen. Groep 6: hoofdrekenen tot 10.000, cijferend optellen en delen en vermenigvuldigen, breuken, oppervlakte, kaartlezen en schaal enz.
Twee keer per jaar maken de kinderen een CITO-rekentoets. Met behulp van dit leerlingvolgsysteem volgen we de ontwikkeling van de kinderen en sporen we rekenproblemen op. In de leerlingbespreking zoeken we samen naar oplossingen en hulp voor kinderen met rekenachterstanden. Voor de kinderen die vlot kunnen rekenen biedt de methode extra werk en hebben we binnen de groepen aanvullende materialen om ook deze leerlingen uitdaging te blijven bieden.
Wereldoriënterende vakken In de groepen 1 t/m 4 worden de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs niet afzonderlijk gegeven. Daar worden onderwerpen behandeld die aansluiten bij de belevingswereld van jonge kinderen. Aan de hand van deze onderwerpen wordt kennis en inzicht verkregen op het gebied van de wereldoriënterende vakken. In groep 5 worden de lessen afzonderlijk gegeven, waarbij de vakken geschiedenis en aardrijkskunde vooral een voorbereidend karakter hebben.
Aardrijkskunde Bij het vak aardrijkskunde in groep 5 t/m 8 leren de kinderen Nederland, Europa en verschillende landen buiten Europa kennen. Ook krijgen zij enig inzicht in thema’s als klimaat, natuurverschijnselen, derde-wereld-problematiek, enz. Methode: “Geobas”.
Geschiedenis De geschiedenis van ons land wordt behandeld van de steentijd tot het heden. Door middel van vertellen, voorlezen, lezen en verwerken maken de kinderen kennis met vooral de sociale aspecten van de geschiedenis. Methode: “Tijdstip”
Bij
de lessen over de natuur wordt vanaf groep 3 de methode “Natuur
Buitengewoon” We vinden het ook van groot belang dat de kinderen daadwerkelijk in de natuur gaan kijken. Als de gelegenheid zich voordoet doen we mee met excursies. (bijv. wandelen met de boswachter, bezoek aan een landgoed). De verkeerslessen worden gegeven onder de noemer van sociale redzaamheid w.o. verkeer. Vanaf groep 3 wordt gebruik gemaakt van het "Op voeten en fietsen". In groep 7 sluiten we deze lessen af met het landelijk verkeersexamen. Groep 8 maakt gebruik van “Verkeerswerk”, een boekje over verkeersinzicht.
Vanaf groep 7 wordt het vak Engels gegeven. De nadruk hierbij ligt op de dialoog. De leerlingen krijgen een beperkte woordenschat en leren vooral eenvoudige gesprekjes te voeren. De methode heet “Lets do it”
Muziek wordt in de groepen 3 t/m 7 gegeven door een vakleerkracht. Een half uur per week krijgen de kinderen de gelegenheid om muziek te maken: samen zingen, spelen op staaf- en ritme-instrumenten, volksdansen, enz. Ook leren ze hoe je muziek moet noteren. Onze muziekmeester is meester van de Put.
Handvaardigheid en tekenen Met handvaardigheid en tekenen laten we verschillende beeldelementen aan de orde komen, zoals: vorm, ritme, kleur, compositie, etc. Daarnaast is er een opbouw in materialen en technieken. Naast het product is het proces erg belangrijk. Het gaat erom dat de leerling zijn eigen creativiteit ontdekt en spelenderwijs diverse technieken en materialen leert hanteren. De
groepen 5 t/m 8 werken een paar keer per jaar in zogenaamde
handvaardigheidblokken. In deze periodes van drie weken werken de kinderen in
kleine groepen aan zelf-gekozen technieken. Om kleine groepjes mogelijk te maken
worden ouders ingeschakeld. Sociaal-emotionele vaardigheden We maken hierbij gebruik van de methode "Leefstijl". Naast sociaal-emotionele vaardigheden komen ook gezondheidsvaardigheden aan bod. De Leefstijllessen zijn bedoeld om kinderen bewust te maken van hun eigen gedrag en te leren zichzelf en anderen te respecteren. Verder worden er vaardigheden ontwikkeld die kinderen leren om met elkaar om te gaan. U moet dan denken aan een goede luisterhouding en communicatieve vaardigheden. We zijn erg blij met deze methode. |