Pestprotocol De Morgenster

 Pesten op school  Hoe ga je er mee om?

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus willen aanpakken.Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.

Voorwaarden

v     Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten, directie en de ouders/verzorgers (hierna genoemd: ouders).

v     De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

v     Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.

v     Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

v     Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, is de inschakeling van een contactpersoon nodig. De contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

Op iedere school zijn contactpersonen aangesteld.

Op de Morgenster zijn dat mevrouw. S.G. Ras-Stel en mevrouw. J.H. Kroese

Het probleem dat pesten heet:F     De piek van het pesten ligt tussen de 10 en 14 jaar, maar ook in lagere en hogere groepen wordt er gepest.

F     Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te stellen, zodat het ook preventief kan werken.

Hoe willen wij daar op de Morgenster mee omgaan?

v     Op school willen wij regelmatig een onderwerp in de kring aan de orde stellen.

v     Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etcetera kunnen aan de orde komen.

v     Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals; spreekbeurten, rollenspelen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.

v     Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

v     Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.

Signalen van pesterijen

Dit kunnen onder andere zijn:

o       altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen;

o       zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot;

o       een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven;

o       briefjes doorgeven;

o       beledigen;

o       opmerkingen maken over kleding;

o       isoleren;

o       buiten school opwachten, slaan of schoppen;

o       op weg naar huis achterna rijden;

o       naar het huis van het slachtoffer gaan;

o       bezittingen afpakken;

o       schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer.

Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

Regel 1

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen wij kinderen dit al bij. Je mag niet klikken, maar……als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt je er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

Regel 2

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

Regel 3

Samenwerken zonder bemoeienissen.

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie.

Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen.

Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te lossen. Bij problemen van pesten, zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.

Regels op De Morgenster die gelden in alle groepen

1.       Doe niets bij een ander kind, wat je zelf ook niet prettig vindt.

2.     Kom niet aan een ander, als de ander dat niet wil.

3.     Wij noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.

4.     Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander); probeer eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.

5.     Niet: zomaar klikken. Wel: aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt dat je niet prettig vindt of dat je gevaarlijk vindt.

6.     Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.

7.     Blijft de pester doorgaan dan aan de meester of juf vertellen.
Kinderen die pesten, zitten zelf in de nesten !

8.     Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.

9.     Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buiten sluiten vinden wij niet goed.

10.  Niet aan spullen van een ander zitten

11.   Luisteren naar elkaar

12.  Iemand niet op het uiterlijk beoordelen of beoordeeld worden

13.  Nieuwe kinderen willen wij goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.

14.  Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.

15.  Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kunnen we ook weer vergeven en vergeten.

Deze regels gelden op school en daarbuiten

De overige regels staan beschreven in onze ‘Morgensterwijzer’ (zie bijlage)

Toevoeging:

Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht.

Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de groepsregels

Zowel school- als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen.

Op bepaalde tijden wordt er een regel, gedurende een tijd van drie á vier weken centraal gesteld. (speerpunt). Deze regel wordt in de vorm van een leus, lied, gedicht etc. goed zichtbaar in de groep (of/en in de gang) opgehangen.

Aanpak van de ruzies en pestgedrag in vier stappen: 

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

Stap 1

Er eerst zelf (samen) uit te komen.

Stap 2

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

Stap 3
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties

(zie bij consequenties).

Stap 4

Bij herhaaldelijk ruzie/pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest/ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties).

Ook wordt de naam van de ruziemaken/pester in de “Dit-kan-niet” map genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht ‘de toedracht’ en de datum. Bij de derde melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie/pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing. De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

Consequenties

*      De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

*      De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest
(of de gepeste leerling of medeleerlingen komen het bij hem melden)
en vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste. De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.

De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk van hoelang de pester blijft door gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn/haar gedrag.

Fase 1

Ø      Een of meerdere pauzes binnen blijven.

Ø      Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.

Ø      Als een kind na blijft of meerdere pauzes binnen blijft, worden de ouder(s) ingelicht.

Ø      Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem.

Ø      Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt.

Ø      Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

Fase 2

Ø      Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in de ‘Dit-kan-niet’ map en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

Fase 3

Ø      Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals ambulante begeleiding, de schoolarts van de GGD of het schoolmaatschap-pelijk werk.

Fase 4

Ø      Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.

Fase 5

Ø      In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.

Begeleiding van de gepeste leerling

v     Medeleven tonen, luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest?

v     Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten?

v     Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling laten inzien dat je op een andere manier kunt reageren.

v     Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen.

v     Het gepeste kind laten inzien waarom een kind pest.

v     Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.

v     Sterke kanten van de leerling benadrukken.

v     Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.

v     Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s). Van deze gesprekken wordt een verslag gemaakt en dit verslag wordt ondertekend door de ouders.

v     Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

v     Inschakelen hulp: sociale vaardigheidstrainingen.

Begeleiding van de pester

v     Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)

v     Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.

v     Excuses laten aanbieden

v     Laten inzien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft (pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel, straffen als het kind wel pest, belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt).

v     Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.

v     Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?

v     Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

v     Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidzorg; huisarts; GGD

v     Afspraken met kinderen worden vermeld aan overige leerkrachten.

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

F     Een problematische thuissituatie.

F     Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen).

F     Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt.

F     Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan.

F     Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.

Adviezen aan de ouders van onze school:

Ouders van gepeste kinderen:

  1. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
  2. Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
  3. Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken
  4. Door positieve stimulering en zogenaamde schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
  5. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
  6. Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

Ouders van pesters:

  1. Neem het probleem van uw kind serieus.
  2. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.
  3. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
  4. Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
  5. Besteed extra aandacht aan uw kind.
  6. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  7. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
  8. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Alle andere ouders:

  1. Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
  2. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
  3. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
  4. Geef zelf het goede voorbeeld.
  5. Leer uw kind voor anderen op te komen.
  6. Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

Doel van dit pestprotocol:

Ø      Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Ø      Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Ø      Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen wij alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Ø      Leerkrachten en ouders uit de oudercommissie en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit pestprotocol.

De ondertekenaars van dit protocol verklaren het volgende:

1. Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Uit onderzoeken blijkt dat zo´n 380.000 leerlingen in Nederland slachtoffer zijn van pestgedrag. Pestgedrag is schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen zowel voor de slachtoffers als voor de pester. De omvang en zwaarte van het probleem leiden tot de noodzaak van een aanpak door alle opvoeders van jongeren, in het bijzonder door de ouders en de leerkrachten.

2. Bestuur en directie moeten om een passend en afdoend antwoord te vinden op het probleem pesten, uit gaan van een zo goed mogelijke samenwerking tussen ouders, leerkrachten en leerlingen.

3. Onze school wenst een samenwerking als bedoeld onder 2 ook daadwerkelijk aan te gaan, te stimuleren en levend te houden.

4. De ondertekenaars van dit protocol verbinden zich daarom het volgende te doen:

Ø      een pak van het werken volgens het ´vier-stappenplan´, de consequenties bestaande uit de ´vijf-fasen´, het begeleiden van gepeste en pester en het adviseren van de ouders zoals die beschreven staan in dit protocol.

Ø      het bewust maken en bewust houden van de leerlingen van het bestaan en de zwaarte van het probleem.

Ø      het aanleggen van toegankelijke, goede informatie over het probleem pesten zowel voor leerlingen als leerkrachten en ouders.

Ø      overleg voeren en eventueel samenwerking zoeken met andere scholen in de buurt over de aanpak van het pesten.

5. De ondertekenaars verklaren zich bereid tot deelname aan een tussentijdse evaluatie door de school binnen drie jaar.

6. Een afschrift van het protocol wordt beschikbaar gesteld aan alle ouders van de school (zo mogelijk al bij de toelating van de leerling).