|
Huiswerkbeleid
Schooljaar 2007-2008
1.
Uitgangspunten
Voor een
aantal kinderen levert huiswerk geen problemen op, zij kunnen
zelfstandig en efficiënt hun huiswerk maken.
Voor anderen is het huiswerk echter een bron van wanhoop en spanning.
Huiswerk maken is voor sommige kinderen een complexe taak, waarbij zij
een beroep moeten doen op verschillende vaardigheden.
Om de kloof of de overgang tussen het schoolleven en het thuisleven te
verkleinen is het goed:
- dat kinderen
ook thuis een tijdje bezig zijn met wat in de school
wordt geleerd, al was het maar gewoon erover vertellen, …
- dat kinderen
zelfstandig leren werken zonder de hulp van de juf, de
meester of de ouders, …
- dat kinderen stelselmatig meer tijd gaan besteden aan het zich
eigen maken en
plannen van leerstof
zodat zij
voorbereid zijn op het vervolg onderwijs.
- dat de
ouders zicht hebben op
de leerstof waarmee het kind bezig is.
2.
Welke zijn de moeilijkheden
waarmee het kind eventueel te kampen heeft?
Iedereen
heeft al eens meegemaakt dat het huiswerkmoment niet verloopt zoals het
zou moeten of zoals men zou willen.
Er kunnen
verschillende problemen opduiken:
-
Boekentas niet in orde,
boeken vergeten, agenda niet of fout ingevuld.
-
Niet kunnen starten met het
huiswerk, blijven treuzelen, andere dingen doen.
-
Te weinig studeren en te
vlug denken dat men het kan.
-
Te veel afleiding tijdens
het leren van een les, zich niet kunnen concentreren.
-
Huiswerk niet goed kunnen
organiseren en plannen.
-
Niet weten welke strategie
men moet gebruiken voor welke leerstof.
-
Niet zelfstandig kunnen
werken, voortdurend beroep moeten doen op één van de ouders.
3.
Welk soort taken kan men
wanneer verwachten?
|
Taken |
Groep |
|
Taken over in de school aangeleerde zaken: inoefenen,
memoriseren. Bijvoorbeeld geschiedenis, biologie en
aardrijkskunde |
Groep 6 regelmatig
Groep 7 regelmatig
Groep 8 (iedere donderdag) |
|
Het aangeleerde gebruiken, toepassen of verwerken, erover
schrijven, lezen. Bijvoorbeeld spelling, grammatica |
Groep 8 (iedere dinsdag) |
|
Studietaken: dingen opzoeken, een tekst vooraf lezen, gegevens
verzamelen. Bijvoorbeeld het maken van en werkstuk |
Groep 8 (3x per jaar) |
|
Het maken van een planning:
Wanneer en waar ga ik mijn huiswerk maken? Hoe verdeel ik het
huiswerk in kleine stukjes? Hoe verdeel ik mijn werk over
meerdere dagen? |
Groep 6
Groep 7
Groep 8 (m.b.v. agenda) |
4.
Wat vragen wij aan de ouders?
Allereerst
is het zeer belangrijk te benadrukken dat het niet de bedoeling is dat
ouders de rol van de leerkracht overnemen en op inhoudelijk vlak gaan
begeleiden.
Ook is het niet de bedoeling dat de ouders het huiswerk voor het kind
gaan maken.
Het doel van de ouders is dat de ouders het kind ondersteunen en
controleren.De belangrijkste leerhulp die je kan geven aan je kind is te
zorgen voor een goede leeromgeving. Dit wil zeggen:
-
help je kind een planning
maken
-
wanneer en waar ga ik mijn huiswerk maken?
-
hoe verdeel ik mijn werk in kleinere stukjes en wanneer doe ik
welk deel?
-
Hoe verdeel ik mijn werk over meerdere dagen?
-
Help je kind zich aan de
planning te houden.
-
Een vast tijdstip en een
vaste plaats verbeteren de leerhouding
-
Creëer een gezellige en
rustige sfeer ( geen TV of radio )
-
Geef zelf geen antwoorden
maar stel vragen waardoor ze zelf tot een oplossing komen.
-
Het is niet wenselijk en
niet haalbaar om voortdurend naast je kind te gaan zitten.
-
Als ouder ben je
medezoeker, medevoeler, moet je mee begrijpen en meedenken in de
richting van een oplossing.
-
Een taak is afgewerkt na
de zelfcontrole van het kind.
5. Enkele opmerkingen.
§
Het
huiswerk dat een goede indruk maakt, maar niet toont waar het kind
problemen heeft, biedt de leerkracht geen informatie over het kunnen van
het kind.
§
Wanneer
een kind problemen heeft, dan moet de leerkracht dit kunnen zien aan het
huiswerk of aan het toetsresultaat.
Wanneer een
kind een huistaak verwaarloost dan zegt dat iets over de leerhouding van
het kind. |